Theater van de Lach in Zwitserland

Stel… je bent auteur en je bent op reis in Zwitserland waar je in een hotel belandt en kamer 621 krijgt toegewezen. Het valt je op dat de naastgelegen kamer niet nummer 622 heeft, maar het bordje op de deur vermeldt ‘621 bis’. Wat zou je doen?

Dit feit vormt in ieder geval de basis in de vierde roman van de Zwitser Joël Dicker (1985), Het mysterie van kamer 622. En zoals deze titel al doet vermoeden, gaat de schrijver op onderzoek uit. Het blijkt dat er jaren geleden een moord in kamer 622 heeft plaatsgevonden. Het politieonderzoek is nooit afgerond en daarom besluit de schrijver zich volledig te storten op de vraag wat er zich twintig jaar eerder in deze kamer heeft afgespeeld. Het blijkt een avontuur dat met geen pen te beschrijven is…

Een van de kenmerken van het werk van Joël Dicker is dat zijn boeken van een behoorlijke omvang zijn. Als je naar zijn boeken kijkt, heb je sowieso het idee dat je er wel even echt voor moet gaan zitten. Wie dat doet, belandt vrijwel onmiddellijk in het decor (en daarmee ook in het verhaal) door de gedetailleerde beschrijvingen van de feiten. Dat kan verstorend werken, maar in dit geval werkt het op de een of andere manier. Dicker weet de indruk te wekken dat je niets mag missen om het geheel te kunnen blijven zien. Het eerste deel van het boek levert op deze manier best een heel plezierige leeservaring op.

Maar in het vervolg van het verhaal vliegt Dicker met meerdere volkomen ongeloofwaardige en niet logische plotwendingen met gierende banden uit de bocht. Hierdoor gaat de geloofwaardigheid volledig verloren en blijft van de aanvankelijk aanwezige kwaliteit bar weinig over. Deze schrijver is onmiskenbaar in de val van overdrijving gelopen. Lezers met enig gevoel voor humor weten misschien hier en daar nog een positief punt op te pikken; objectief ontkom je niet aan de bikkelharde vraag of een schrijver met dit product er voldoende waarde aan hecht zijn lezer serieus te nemen. Anders gezegd: indien Het mysterie van kamer 622 als film of toneelstuk  zou worden uitgebracht, is het heel eenvoudig John Lanting in een hoofdrol te zien.

Na het veelbelovende begin zakt het niveau zodanig ver weg dat uiteindelijk slechts een gevoel van teleurstelling overblijft. En dat is zonde, want Joël Dicker heeft zonder twijfel schrijverskwaliteit. Het is aleen een kunst er de juiste dingen mee te doen.

Stijl                        5.5
Personages        4.0
Originaliteit        4.0
Leesplezier        4.5

Gemiddeld        4.5/10

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *