Psychologische symboliek ****

Welke invloed heeft het als je als kind tegen je zin op een vervallen boerderij in Twente moet opgroeien? Als je vader zijn droom een wijnchateau te stichten, een kansloze missie, wel heel rigoureus nastreeft. Het overkomt Emma en Hugo in de negende roman van Herman Stevens (1955), Chateau Désir.  Naast zijn veelgeprezen romans schreef hij tevens essays, kritieken en columns voor onder andere NRC Handelsblad, HP/De Tijd en Het Parool.

In hun volwassen leven kiezen Emma en Hugo dan ook voor een heel ander pad. Hugo gaat naar Leiden en wordt daar ‘ontvinder’ en zoekt zijn heil in de liefde. Zijn zus probeert daarentegen juist een eiland van rust te scheppen op een plek in de Randstad. Maar kan het wel zo zijn dat je in Nederland in staat bent op een eiland te gaan zitten en onzichtbaar te zijn?

Chateau Désir is in de eerste plaats een psychologische roman met de bedoeling te laten zien wat het najagen van een droom met een mens kan doen, zeker nadat blijkt dat deze droom feitelijk onhoudbaar blijkt. In beeldende zinnen weet Stevens deze thematiek krachtig neer te zetten. Dit wordt daarbij nog eens extra versterkt door de geraffinneerdheid waarmee de verschillende personages worden neergezet. Juist hun tegengestelde karaktereigenschappen maken het verhaal niet alleen plezierig om te lezen en tevens zorgt het voor een extra dimensie aan het relaas, doordat de symboliek zo mooi is ingevlochten.

Deze symboliek gaat ook op voor de titel. Natuurlijk verwijst Chateau Désir naar de fysieke plek in Twente waar de boerderij staat. Tevens staat het ook voor alles waarvoor Emma en Hugo in hun latere leven komen te staan.

Als er uiteindelijk niet een slopersbal op de boerderij was afgestuurd, was het huis vanzelf tegen de grond gegaan want de natuur had geen plaats voor vergissingen. Chateau Désir was nooit gebeurd.’

In een wereld als de onze, waarin materialisme een steeds belangrijker plaats innmeemt, is Chateau Désir te zien als een spreekwoordelijke spiegel. Het laat, soms pijnlijk deuidelijk, zien wat de keerzijde van dit gegeven is. En dit dan zowel in positieve al negatieve zin. Want laten we eerlijk zijn, kunnen we wel zonder al de luxe om ons heen, al zouden we willen? Stevens geeft het antwoord niet, maar laat de lezer geen andere keuze dan hierover diep te gaan nadenken.

Voor wie van plan is dit boek te gaan lezen, is het van belang er echt even de tijd voor te nemen. Chateau Désir is geen verhaal dat je even in een dag wegwerkt. Daarvoor is de materie domweg te complex, maar bovenal verdient deze schrijver ons aller respect voor de smakelijke maaltijd, welke hij opdient. Een maaltijd waar de echte fijnproever oprecht van zal genieten door de woorden goed te kauwen en deze langzaam te verteren.

Terechte topprijs voor topauteur *****

The international Booker Prize is een prestigieuze literiare prijs van Engelse oorspong, waarmee jaarlijks het best verrtaalde boek wordt gelauwerd. Sinds 2005 zijn grote namen als de Candese Alice Munroe en de Zuid-Koreaan Han Khang onderscheiden. Des te meer bijzonder is het daarom dat de eer in 2020 voor het eerst een Nederlandse auteur ten deel valt. Marieke Lucas Rijneveld schrijft met haar debuut De avond is ongemak zonder overdrijven een bijzonder stukje literaire geschiedenis. De vertaling in het Engels (The Discomfort of Evening) is van de hand van Michele Hutchison.

Het centrale thema in De avond is ongemak, het omgaan met de dood van een kind, wordt vaak als zwaar betiteld. Het hoeft geen betoog dat dit ook zo is. Toch weet Rijneveld het thema op een uiterst toegankelijke manier in een verhaal te verwerken. De belangrijkste reden hiervoor is het gekozen perspectief. Vanuit het gezichtspunt van Jas beleeft de lezer het onmetelijke verdriet mee van het gezin als Matthies, Jas’ broer, totaal onverwacht overlijdt. Vader en moeder raken volledig verlamd door hun emoties, terwijl met name broer Obbe volledig dreigt te ontsporen. Een enerverend beeld over (de zin) het bestaan is het uiteindelijke resultaat.

Zoals gezegd is het gekozen vertelperspectief een belangrijke factor voor de hoge kwaliteit van dit verhaal. Omdat Jas met haar puberale gedachtegangen het blikveld van het boek bepaalt, ontstaan er bijzondere zienswijzes. Hoewel de pijn continu voelbaar blijft, is het geen sentimenteel geheel geworden. Deze keuze zorgt voor een overduidelijk onderscheid met vergelijkbare romans over dit onderwerp.

De schrijfstijl van Marieke Lucas ijneveld is van uitzonderlijke klasse. Door originele, pakkende en bovenal pettig leesbare zinnen  ontstaat een bijna filmische setting. Zonder dat daarvoor expliciete verwijzingen nodig blijken, zie de lezer de omgeving en de belangrijkste personages probleemloos voor zich. Personages die ook zonder uitzondering een juiste plek hebben gekregen en ieder door hun eigen rol geloofwaardig en nodig zijn. Het leidt geen twijfel dat de auteur echt werk heeft gemaakt van de research, hetgeen de kwaliteit naar grote hoogte doet stijgen.

Het is niet meer dan begrijpelijk dat een roman als deze in de prijzen valt. Mocht je dit jaar nog maar een boek willen lezen, kies dan deze. Rijneveld hoort thuis in het lijstje van de grote historische auteurs. Een vergelijk met iemand in het bijzonder is echter niet te maken. Daarvoor is zij te uniek!

Topliteratuur van een jonge auteur bestaat wél *****

Hoeveel auteurs kunnen zeggen dat ze al vier succesvolle romans op hun naam hebben staan op het moment dat ze nog maar midden 30 zijn? Dat zijn er niet zo heel veel, maar de Duister Benedict Wells heeft dit weten te presteren. Al een flink aantal jaren een graag gelezen schrijver bij onze oosterburen maakte hij in 2017 in een klap naam in Nederland met zijn roman Het einde van de eenzaamheid. Hoewel dit verhaal als eerste werd vertaald, is het niet zijn debuut.

++Als de tijd nu eens niet bestond? Als alles wat je beleeft eeuwig was en als niet de tijd aan jou voorbijging, maar jijzelf aan de dingen die je beleeft?++

De hoofdrolspelers in Het einde van de eenzaaheid zijn de broers Jules en Marty, samen met hun zus Liz. Het verhaal begint op het moment dat Jules in het ziekenhuis bijkomt na een ernstig motorongeluk. Vanuit zijn ziekbed dwalen zijn gedachten af naar het verleden waarin zich het nodige afspeelde. Het grote omslagpunt is het tragische ongeval waarbij de ouders om het leven komen. Dit laat in het gezin heel veel sporen na. We zien bijvoorbeeld hoe de broers en zus eerst volledig uit elkaar groeien. Marty blijkt een studentikoze nerd en Liz rommelt op haar geheel eigen manier door het leven. Jules trekt zich volledig terug in zijn eigen wereld, waarbij de geheimzinnige Alva als enige tot hem weet door te dringen. Hoewel er jarenlang geen contact was tussen Jules en Alva, is het de vraag welke rol zij uiteindelijk speelt in de ontknoping.

Dat Benedict Wells op zijn 32ste in staat blijkt deze roman te maken, waarin zware onderwerpen als dood, eenzaamheid en liefde op een krachtige en toch toegankelijke manier worden beschreven, bewijst zijn natuurlijke talent. Zijn schrijfstijl is bijzonder te noemen en laat zich niet eenvoudig vergelijken met bestaand werk. Het staat buiten kijf dat we daar als lezer heel blij mee mogen zijn. Deze uniciteit vormt de grootste kracht van dit werk. Wie weet een auteur te noemen die zelfs aan de rol van een oud fototoestel een gelaagdheid meegeeft?

Naast een unieke schrijfstijl ontbreekt het Wells zeker niet aan de basisvaardigheden van een goed schrijver. Het verhaal is vanaf het begin boeiend, logisch opgebouwd en ook de plot zorgt er zeker voor dat een lezer na afloop slechts tevreden achterover in zijn stoel kan leunen. Ga er wel van uit dat het verhaal nog wel een tijdje in je hoofd nazindert en tot nadenken stemt.

Het is volkomen begrijpelijk dat de oorspronkelijke Duitse tekst met de titel Vom Ende der Einsamkeit in 2016 de Literatuurprijs van de Europese Unie won. Dit tijdloze, unieke meesterwerk verdient een groot publiek!

Krachtig verhaal, mede door subliem vertaalwerk ****

Aan het einde van de jaren ’30 van de vorige eeuw, vlak voordat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vieren een aantal persoonlijkheden uit de Joodse onderwereld in Warschau hun hoogtijdagen. In die setting speelt het verhaal De Koning van de Silezische auteur Szczepan Twardoch (1979) zich af.

Een van de kernpersonages en verteller van het verhaal Moisje Bernstein, alias Mosjee Inbar, is er getuige van als zijn vader door de jonge talentvolle bokser Jakub Shapiro wordt opgepakt en letterlijk aan zijn baard wordt afgevoerd. Shapiro is de vertrouweling van Jan ‘Peet’ Kaplica, feitelijk de Godfather van de stad. Moisje, inmiddels onder de hoede van Shapiro, maakt op deze manier van dichtbij de opkomst van het nationaal-socialisme mee. Als de aanhangers van deze groep een staatgreep willen plegen, schuiven ze Kaplica een politieke moord in zijn schoenen. Kaplica wordt opgepakt en afgevoerd naar Bereza Kartuska, een strafkamp dat opvallend veel gelijkenissen vertoond met de latere concentratiekampen. Shapiro neemt het roer over, waarbij Moisje hem als een soort schaduw en waarnemer volgt. Hij ziet hoe Shapiro enerzijds een verhouding begint met de de dochter van de officier van justitie en anderzijds zijn vrouw en kinderen moet beschermen tegen de toenemende jodenhaat. Maar wie is nou eigenlijk Moisje?

De schrijfstijl van Twardoch laat zich het best samenvatten met de woorden pakkend en filmisch. Vanaf het moment dat de lezer het verhaal in wordt gezogen, is het moeilijk het boek weg te leggen. De gebeurtenissen raken gegarandeerd de nieuwsgierigheidsknobbel. Heel langzaam en voorzichtig, maar nooit saai, ontrollen de feiten zich tot een kloppend geheel. Juist deze manier van schrijven maakt het verhaal zo krachtig, omdat alle beschreven details een reden hebben en bijdragen aan het feit dat het relaas zich als een geschreven film laat lezen.

Naast dat dit verhaal spannend is, nieuwgierig maakt en krachtig wordt verteld, zet de auteur zijn lezers ook aan het denken. Het kernthema in het verhaal is de vraag wat waar is en wat niet. Dat thema komt op verschillende manieren en op verschillende plekken in het verhaal steeds terug. Dat geeft de lezer een mogelijkheid zelf een aantal vragen te beantwoorden, welke door de auteur bewust worden opgeworpen, maar begrijpelijkerwijs niet worden beantwoord. Dit geeft het boek een absolute meerwaarde.

Een ander punt, waarvoor Twardoch een pluim verdient is zijn gebruik van de tijd in het verhaal. Heel geraffineerd laat hij Moisje binnen een alinea getuige zijn van een situatie in  het café van Ryfka en vervolgens ratelt hij zestig jaar later op zijn typemachine in Tel Aviv. Er zijn maar heel weinig schrijvers die dat op deze manier voor elkaar weten te krijgen zonder dat het storend is.

Naast de auteur verdient ook Charlotte Pothuizen, de vertaalster van dit boek, de loftrompet.  Door haar vertaling is de situatie van de Joodse onderwereld in de aanloop naar de grootste catastrofe in hun geschiedenis voor een veel breder publiek bereikbaar geworden en beschikbaar gekomen. Het is dan ook te hopen dat zij het tweede boek van Sczepan Twardoch op even sublieme wijze onder handen mag nemen.

Drie zomers met levenslange gevolgen *****

‘Een goede schrijver kan van ieder onderwerp en over iedere situatie een interessant verhaal maken’ is een veelgehoord statement in de boeken- en schrijfwereld. Dat er in deze bewering een kern van waarheid schuilt, staat buiten kijf. Dat een persoonlijke ervaring een minimaal even grote drijfveer voor een auteur is, zien we in de op waarheid gebaseerde roman Homoseksualiteit is geen keuze, het debuut van Marie-Louise Klomp.

In de jaren’70 van de vorige eeuw lijkt de relatie tussen Wies en Joost er eentje voor het leven te zijn. De liefde straalt van het stel af, ze trouwen en krijgen dochter Julia. Na de geboorte van Julia begint het huwelijk voor het eerst barstjes te vertonen. Joost begint vreemd gedrag te vertonen en Wies heeft werkelijk in eerste instantie geen idee wat er aan de hand is. Tot het moment dat Joost met een bekentenis komt, waardoor het leven van het gezin van het ene moment op het andere compleet op de kop wordt gezet. Een duistere periode voor alle betrokkenen is onafwendbaar, maar zou het ze lukken er uiteindelijk weer bovenop te komen? En wie is degene, die uiteindelijk de meest verstandige keuzes maakt?

Wie begint te lezen zou het gevoel kunnen hebben bijna 200 pagina’s klaagzang en zwaarmoedigheid tegemoet te gaan. Niets is minder waar. Op de eerste pagina staat een prachtig citaat van een oude song van Conny Vandenbos (1937-2002) . En wie de moeite neemt om de tekst van Drie zomers lang tot zich te nemen, voelt gelijk welke insteek is gekozen voor dit relaas.

Vanzelfsprekend komen er emoties aan bod. Op een onthutsend mooie, duidelijk en bovenal eerlijke manier beleven we het verdriet, de wanhoop en de boosheid van alle betrokkenen. Dat gebeurt niet met een depressieve ondertoon, maar gewoon glashelder rechttoe rechtaan. Geen lastige woorden, geen onnodig psychologische diepgang, maar gewoon helder en duidelijk. En dat laatste zorgt er juist voor dat het pijnlijk mooi wordt.

‘Als je van hem houdt, moet je hem kunnen loslaten,’ fluisterde een stemmetje vanbinnen. En ik wist dat die stem gelijk had.

Naast de begrijpelijke emotionele momenten heeft Marie-Louise Klomp het zelfs nog weten te presteren af en toe een glimlach op het gezicht te laten verschijnen. Bijvoorbeeld in de scènes tijdens de zwangerschap van Wies treden voor velen heel herkenbare situaties, die op bijna kolderieke wijze worden beschreven. De afwisseling tussen de ernst van de situatie en de genoemde luchtigheid zorgen voor een compleet verhaal dat gewoon echt af is.

Homoseksualiteit is geen keuze beschrijft op een volmaakte wijze de gevolgen die kunnen optreden als iemand in je omgeving ‘uit de kast’ komt. En dat vanuit verschillende perspectieven en te allen tijde met respect. Dat maakt dit boek feitelijk tot een mustread. We kunnen allemaal een voorbeeld nemen aan Wies’ standpunten en gedachtegangen. Voor sommige mensen zou het zo maar een stuk plezieriger kunnen worden. Niet alleen de komende drie zomers, maar voor altijd.

Hoe je zware thematiek luchtig en plezierig brengt…****

Als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt, komt er voor iedereen onherroepelijk het moment waarop bepaalde keuzes moeten worden gemaakt. Dat is een van de thema’s in de roman Dames op de Herengracht van Margareth Hillebrandt, in 2019 uitgebracht bij uitgeverij LetterRijn.

De hoofdrolspelers in dit verhaal zijn Dorine, Julia en Lily. Zij omtmoetten elkaar aan het einde van de jaren ’70 tijdens een gezamenlijke schildercursus in Griekenland. Veertig jaar later besluiten ze te gaan samenwonen in een statig huis aan de Herengracht in Leiden. Als ze eenmaal onder een dak leven begint duidelijk te worden wlke invloed de geschiedenis heeft op hun huidige leven. Er blijken de nodige geheimen te bestaan, waardoor alles voor de dames, die inmiddels gezelschap hebben gekregen van de excentrieke zeventiger Dolf, in een ander daglicht komt te staan. Het wordt allemaal extra gecompliceerd als bij Julia ook nog eens dementie wordt vastgesteld.

Het eerste wat opvalt aan het boek is de geweldig gekozen cover. In een beeld wordt duidelijk wat de kern van het verhaal is, waarbij de afwaaiende bladeren de grootste symbolische betekenis hebben. Het is zichtbaar dat over deze foto heel bewust is nagedacht. Toepasselijker had het domweg niet gekund.

Wie vervolgens begint te lezen, belandt onmiddellijk in een verhaal dat je bij de keel grijpt. De peronages en de setting zorgen ervoor dat de lezer direct ter plekke is en onderdeel wordt van het verhaal. Dat wordt enerzijds veroorzaakt door de prettige schrijfstijl van Margareth Hillebrandt, anderzijds door de herkenbaar van de dagelijkse beslommeringen van de dames en de heer. Zonder uitzondering zijn alle personages krachtig, waarbij met name door het benadrukken van hun verschillen het geheel nog meer gaat leven. Wellicht verdient Dolf hierbij wel een aparte vermelding, omdat juist hij degene is die voor verbinding in het huis. Dat laatste wordt vooral zichtbaar in de scènes waarin zijn omgang met de steeds verder dementerende Julia. De beschrijvingen over zijn omgang met haar zijn ronduit prachtig.

Op heel overtuigende wijze weet Margarteh Hillebrandt, ondanks de soms heftige onderwerpen, mede door haar vertelwijze het verhaal luchtig te houden, waarbij zelfs hier en daar een vleugje (zwarte) humor niet ontbreekt. Dat maakt de Dames op de Herengracht geschikt voor een groot lezerspubliek. Of je nu behoefte hebt aan prettig leesbare roman of dat je, al dan professioneel,  te maken hebt met dementie, in beide gevallen zal dit boeken worden gewaardeerd.

En voor iedereen geldt tevens dat je na het lezen de Dames (en heer) van de Herengracht gegarandeerd in je hart hebt gesloten!

Fascinerende literatuur *****

‘Ik ben een zalm en ik zwem tegen de stroming
in om terug te komen naar daar waar mijn leven begon’

Wat betekenen begrippen als vrijheid en toekomst voor iemand die levenslang gestraft is. Dit is een van de centrale vragen in Een van ons, de nieuwe roman van auteur en journaliste Christine Otten (1961).

Hoofdpersoon in Een  van ons is de schrijfster Katrien Achenbach. Zij geeft, evenals als de auteur, schrijfworkshops in een penitentiaire inrichting. Luc S., veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, neemt niet deel aan de lessen, maar hij houdt ondertussen wel zijn eigen dagboek bij. Daarin is hij ongenadig eerlijk over zichzelf, zijn medegevangenen en Katrien. Het gevoel van Katrien in de gevangenis ‘op haar plek’ te zijn en een bijzondere vertrouwensband te hebben met de deelnemers aan haar workshops, verandert drastisch door enkele gebeurtenissen. Hierdoor wijzigt voor alle betrokkenen de kijk op zichzelf en op elkaar.

Een van ons is van de weinige verhalen in de Nederlandse literatuur, waarin van binnenuit een kijkje wordt gegeven in het reilen en zeilen binnen de muren van een gevangenis. Want een ding is vanaf het allereerste begin duidelijk: het feit dat Otten zelf werkzaam is binnen de PI Zuyder Bos in Heerhugowaard is in alles merkbaar. Beschrijvingen zijn zonder uitzondering geloofwaardig. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat sommige zaken ook duidelijk verzonnen. Het is en blijft een fictief verhaal.

De gekozen schrijfstijl zorgt ervoor, dat de lezer echt een onderdeel van het verhaal wordt. In delen van het verhaal worden de gedachten van Luc letterlijk op papier gezet, zonder gebruik van punten en komma’s. En dat wordt dan gevolgd door zinnen die ruw worden afgebroken. Als je je hiervoor openstelt, gaat het verhaal inderdaad veel meer ‘leven’; je beleeft het verhaal door de letters heen. Otten heeft met deze keuze wel degelijk een risico genomen, omdat het ontbreken van interpunctie wel een extra leesinspanning vereist, waartoe misschien niet iedereen bereid is. Objectief gesproken valt op de uitwerking niets aan te merken.

Naast een bijzonder verhaal biedt Otten ook stof tot nadenken. Door de blik van binnenuit en het leggen van het perspectief bij een personage, dat letterlijk geen toekomst heeft, werpt ze belangrijke vragen op. Vragen die ze om begrijpelijke redenen onbeantwoord laat. Daarover moet de lezer zelf een mening en een oordeel vellen. Met name ook door dit laatste punt is Een van ons een verrijking voor de Nederlandse literatuur. Een boek dat uitnodigt om te lezen en heel vaak te herlezen.

Debuut met een hoofdletter D *****

De oogjes gaan open, weer dicht en nog eens open
De wimpertjes knipperen tegen het vroege ochtendlicht
Het kindje kijkt zonder te herkennen
Onbevangen. Verwachtingvol.


Er zijn van die debuutromans, die je als lezer (en recensent) niet zou willen missen. Lammy Vriesinga heeft met Vergiskind zo’n boek geschreven. Na een aantal publicaties in verhalenbundels als Het Gebaar, Rivierstenen en Vijfentwintig obsessies vond Lammy de tijd om een echte grotemensenroman te schrijven. Want dat is het zeker geworden.

De kern van het verhaal vormt de mysterieuze vondst van een pasgeboren baby in een park. Een plek waar veel mensen van diverse pluimage vertoeven. Met een aantal van deze mensen maken we kennis en gaandeweg het verhaal leren we hun karakters steeds beter kennen. We zien hun gebreken, hun verlangens en beleven hun avonturen mee. Dit alles mondt uit in een goed georkestreerde plot, waar alle verhaalllijnen prachtig samenkomen en alles een verrassende plaats krijgt, inclusief de rol van de vondst van het kind.

Lammy Vriesinga was jarenlang werkzaam als trainer in de GGZ. Dat is dan ook vanaf de eerste pagina van Vergiskind duidelijk te merken. Personages worden gedoseerd in het verhaal opgevoerd, waarna hun karakteriseringen langzaam maar zeker heel vakkundig worden uitgewerkt. En het mooie is dat ze allemaal, hoewel volstrekt verschillend, toch samenkomen als een in elkaar gelegde puzzel.

Enige inspanningsbereidheid van de lezer is bij het lezen en voor een ultiem begrip van Vergiskind wel een voorwaarde. De verhaallijnen stromen, zoals reeds eerder gezegd, fantastisch in elkaar over, maar het vereist soms wel wat concentratie om alle bedoelingen van de auteur te doorzien. Maar de beloning is groot: als je alles uiteindelijk ziet samenvloeien, blijf je achter met een enorm voldaan gevoel. De kans is zeker aanwezig dat je zonder nadenken opnieuw begint om nog meer grote of kleine ontdekkingen te doen.

Lammy Vriesinga heeft zelf als motto: spreken is zilver, schrijven is goud. Laten we hopen dat ze nog veel gouden uitspattingen gaat krijgen, want na Vergiskind is dat het enige wat je nog wilt: meer Lammy Vriesinga!