Voor wie is Blind Vertrouwen een springplank? ***

Het is zo langzamerhand een traditie dat uitgeverij LetterRijn jaarlijks een schrijfwedstrijd organiseert rondom een thema. In 2020 gaan alle verhalen op de een of andere manier over Blind Vertrouwen.  Uit maar liefst 189 inzendingen koos een jury de naar hun mening 25 beste. Deze top 25 werd vervolgens in november in een bundel uitgegeven en aangevuld met 5 verhalen door bekende LetterRijn-auteurs. Dit jaar ontvingen Rob Bakker, Margareth Hillebrandt, Karin Hazendonk, Melissa Skaye en Tamara Onos een uitnodiging hun verhaal te schrijven over blind vertrouwen.

Wie de bundel ter hand neemt, ziet direct een sprekende en toepasselijke cover. Het thema is duidelijk en het plaatje is aansprekend, ondanks de wat donkere kleursetting. De symbolische functie hiervan is een goede keuze.

Het is een mooie en logische gewoonte dat de bundel wordt geopend door het beste verhaal in de ogen van de juryleden. Door haar bijzondere perspectiefkeuze in haar verhaal over Boca trekt winnares Hedwig Meesters onmiddellijk de aandacht. Het zou niet mijn eerste keuze zijn geweest, maar haar verhaal is door de genoemde keuze in ieder geval origineel. Tegelijkertijd blinkt dit verhaal niet uit door de onverwachte plotwending, waar je als liefhebber toch op wacht.

Mijn favoriete van alle verhalen is Foute genen, geschreven door Margareth Hillebrandt. In haar verhaal komt naast de spanning vooral de emotie van de personages het best tot uitdrukking. Zij beschrijft op heel bijzondere wijze hoe de protagonist in het verhaal totaal onverwacht in een een onmogelijke situatie belandt en hoe zij dit beleeft.

Van de wedstrijddeelnemers verdient André van Butsel met Elf jaar, drie maanden, zes dagen, zeker een vermelding. Zijn bijzondere, ietwat statige, schrijfwijze heeft op een aparte manier tot gevolg dat de spanning voelbaar wordt. Deze spanning blijft vervolgens bestaan tot het einde aanwezig in dit technisch uitstekend geschreven verhaal.

Niet zo positief ben ik over Zand erover van Filip Van den Steen. Het verhaalidee is op zich best aardig, maar de uitwerking is volstrekt ongeloofwaardig. Misschien had dit idee niet moeten worden uitgewerkt in een kortverhaal.

 Het leuke aan een bundel met korte verhalen is dat je er op verschillende manieren mee kunt omgaan. Je kunt ze allemaal in een paar dagen achter elkaar lezen, maar het is minstens net zo leuk dagelijks een verhaal te fijnproeven, bijvoorbeeld voor het slapengaan. Ze hebben allemaal een mooie lengte om even in te verdwijnen. Ten slotte is het natuurlijk een sport op de stoel van de jury te gaan zitten en je persoonlijke favoriet te kiezen.

Het is een feit dat er ook dit jaar weer een boeiende aaneenschakeling van spanning door LetterRijn is uitgegeven. En het initiatief van deze uitgever verdient alle lof, omdat het een uitgelezen mogelijkheid biedt aan talentvolle schrijvers om zich in de kijker te schrijven. Een verhalenwedstrijd als deze laat echter ook zien dat een goed verhaal schrijven niet voor iedereen is weggelegd. En door de toevoeging van de bijdragen van de LetterRijn-auteurs tevens wordt duidelijk dat de factor ervaring niet onderschat moet worden.

(Met dank aan de uitgever voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Afwachten is geen optie *****

(tekst: K. Hazendonk)

Korte inhoud:
Het leven van Franka is totaal veranderd. Er zijn weken voorbijgegaan waarvan ze zich niets herinnert. Ze ontdekt dat haar moeder is overleden en haar man gedraagt zich ineens erg afstandelijk. Franka is niet meer de vrouw die ze was voordat ze een hersenbloeding kreeg.

Maar langzaam bekruipt haar het akelige gevoel dat niet alle verandering aan haar hersenletsel toe te schrijven zijn.

Mijn leeservaring:
Dat Loes den Hollander met recht de koningin van de thrillers genoemd wordt, blijkt weer uit Wacht maar af.
Dit is echter wel een boek dat ik met andere ogen heb gelezen, omdat toch in mijn hoofd bleef dat dit verhaal deels op waarheid berust.
De manier waarop Loes de gevoelens van Franka beschrijft, zijn de hare in de weken na haar hersenbloeding. De onzekerheid, het niet meer weten en voor waarheid moeten aannemen wat anderen je vertellen. Op ingenieuze wijze verweeft Loes haar eigen ervaring in een sterkte thriller.

De onderhuidse spanning blijft constant aanwezig wanneer Franka ervan overtuigd raakt dat de gebeurtenissen om haar heen zich niet in haar hoofd afspelen. Daardoor bleef ik aan het boek gekluisterd. Leugens, bedrog, hebberigheid, geld, alles komt aan bod zonder over de top te gaan. Vertrouwen in je eigen familie krijgt in dit verhaal een hele andere betekenis en tijdens het lezen bekroop me de vraag: hoe vaak zal het in werkelijkheid zo gaan?

Loes den Hollander schreef vijfentwintig thrillers en is jaren een bestsellerauteur. Van haar boeken zijn ruim 1 miljoen exemplaren verkocht. Loes schrijft al vanaf het moment dat ze kon lezen. Toch kwam het nooit in haar op om van schrijven haar beroep te maken, omdat ze zich helemaal richtte op haar carrière in de gezondheidszorg. Dat veranderde toen ze in 2001 een verhalenwedstrijd won. Vanaf dat moment ging er voor haar gevoel een luik in haar hoofd open waar een onstuitbare lading teksten achter zit die zich allemaal verdringen om te worden opgeschreven. Toen ze in 2006 haar carrière als directeur van een gezondheidszorginstelling beëindigde, vond ze vrijwel tegelijk een uitgever voor Vrijdag, haar eerste literaire thriller. Daarna volgde al snel het zinderende Zwanenzang en sindsdien in schrijven haar voornaamste bezigheid. Na Mij zie je niet (2018) verscheen in oktober 2019 haar vijfentwintigste thriller Toen ik dood was.

Met dank aan de Crime Compagnie voor het toezenden van het recensie-exemplaar.

Verwachting niet geheel uitgekomen ***

Hoe vind je een moordenaar op een plek waar iedereen er een is?

Korte inhoud:

Cara Lockhart is net begonnen aan haar levenslange gevangenisstraf in New Fern, een gloednieuwe zwaarbewaakte gevangenis voor vrouwen. Veroordeeld voor een moord die ze zweert niet gepleegd te hebben.

Op een ochtend wordt ze wakker naast haar vermoorde celmaat, die in het hoofd is geschoten met een pistool dat nergens meer te bekennen valt. De deur is de hele nacht op slot geweest, en dus is Cara de enige verdachte.

Cara moet nu haar eigen naam zuiveren. Een vrijwel onmogelijke opdracht, zeker voor iemand die zich moet houden aan het tijdschema van een gevangenis Maar hoe meer Cara ontdekt, hoe meer ze ervan overtuigd is dat de moord iets te maken heeft met haar onterechte veroordeling.

Mijn leeservaring:

Dat Chris McGeorge weet hoe hij een uitstekende psychologische thriller neer moet zetten, heeft hij bewezen met Tik Tak en Kiekeboe. Ik was dan ook heel blij verrast toen ik de mail ontving van uitgeverij Luitingh Sijthoff met daarin de vraag of ik Op slot wilde lezen. Stuiterend tikte ik mijn antwoord: Ja!

Cara Lockhart wordt schuldig bevonden aan de moord op de twee kinderen waarop ze paste. Het vonnis: levenslang. Ze wordt overgeplaatst naar New Fern, een zwaar bewaakte gevangenis voor vrouwen.

Dat het daar niet helemaal klopt wordt al snel duidelijk. Iedereen is afgesloten van de buitenwereld, niet alleen de gedetineerden, maar schijnbaar ook de bewakers.

Het verhaal komt bijzonder langzaam op gang. Op het moment dat de celgenoot van Cara vermoord werd aangetroffen, was ik in de veronderstelling dat de spanning toe zou nemen. Niets was minder waar. Het verhaal bleef tergend langzaam voortkabbelen.

Er valt niets te zeggen over de schrijfstijl van Chris. Die is beeldend genoeg om je het leven in gevangenschap voor te stellen, maar komt in dit boek de spanning niet ten goede.

Pas in de laatste vijftig pagina’s wordt het plot langzaam maar zeker duidelijk en daarmee wordt ook enigszins de spanning verhoogd. Helaas werd het plot nogal afgeraffeld en is naar mijn mening nogal vergezocht. Ook de tijdlijn klopt niet, maar ik kan niet beoordelen of dit aan de vertaling ligt of dat dit een inhoudelijke fout is.

Ben ik teleurgesteld? Ja en nee. Ik hou van zijn manier van schrijven, maar helaas komt dat in dit boek niet tot zijn recht.

(tekst: K. Hazendonk)

De waarheid ligt in het midden *****

Twee vrienden.
Een bruid die sterft.
Twee versies.
Eén onbetrouwbare verteller.
Wie geloof jij?

Als lezer moet je het hiermee doen en daardoor werd ik meteen getriggerd.

Het boek dat Sandra J. Paul heeft geschreven is een omkeerboek. Twee verhalen, Elias en Nathan. Wil je ze allebei lezen, zal je het boek moeten omkeren en weer opnieuw beginnen. Wie van de twee vrienden spreekt de waarheid?

De cover is vrij donker, in verschillende tinten groen en geeft al een beeld van wat je kunt verwachten. Een bruid die valt. De cover vond ik al erg mooi, maar na het lezen vond ik het de perfect gekozen cover.

Met welk verhaal ga ik beginnen, was mijn eerste gedachte toen ik het boek in handen had. Ik heb bewust gekozen voor het verhaal van Elias, omdat hij degene was die met Nathalie trouwde. Ik ben blij dat ik dat heb gedaan. Sandra vertelt zijn verhaal zo logisch en geeft al een heel goed beeld van de personages.

De tijdsaanduiding is geweldig gedaan door bij de hoofdstukken die op Blue Mountain afspelen een foto te plaatsen van de berg.

Blue Mountain, de rode draad in het verhaal. Wat heeft zich daar afgespeeld?

Na het lezen van het verhaal van Elias had hij voldoende credit opgebouwd om mijn sympathie te winnen en met gemengde gevoelens begon ik aan het verhaal van Nathan. Daar werd ik enorm door verrast. Bijzonder knap dat zijn verhaal naadloos aansluit bij het verhaal van Elias. Alleen was het zijn, toch wel bijzondere versie en blijf je als lezer nog steeds in het ongewisse wie de waarheid spreekt.

De waarheid ligt letterlijk in het midden en wordt het verhaal van Nathalie, Elias en Nathan duidelijk.

Wat me niet vaak gebeurt, is dat de personages in mijn gedachten bleven, ook nadat ik het boek had dichtgeslagen en er een paar dagen overheen waren gegaan. Daarmee heeft Sandra bewezen dat ze een geweldig boek heeft geschreven.

(tekst: K. Hazendonk)

Topafsluiting van een boeiende reeks *****

De actiethriller is van oudsher bijzonder populair bij de liefhebbers van spannende verhalen. Toch is het aanbod van auteurs van Nederlandse of Vlaamse afkomst bijzonder gering. Een positieve uitzondering is Wouter Helders (1983). Onlangs verscheen Doodsengelen, het vierde deel in zijn Sofie Lafleur-reeks. Dit is tevens de afsluiting van de avonturen van deze journaliste. Eerder konden we haar volgen in Machtsstrijd (2016), Verrraad (2017) en Opgejaagd Wild uit 2018. Al deze boeken verschenen bij uitgeverij LetterRijn.

Doodsengelen begint met een mislukte poging van geheim agent Sam de Wild om zijn doelwit, een Koerdische politicus, om het leven te brengen tijdens een missie in Ebril in Irak. Als hij terug is in Nederland krijgt hij een herkansing. Al snel blijkt dat deze eliminatie een onderdeeltje is van een serieus internationaal complot. De inzet: een politieke omwenteling in Nederland en een machtsverschuiving in het Midden-Oosten. Als Sam ook nog eens wordt gedwongen iemand te verraden, zijn de consequenties verschrikkelijk en niet te overzien. Sam verbrandt al zijn schepen achter zich, maar is dat wel voldoende?

Het werk van Wouter Helders kenmerkt zich door zijn zichtbare kennis van de militaire wereld en bovenal door de geloofwaardigheid van de scènes. Daar waar andere auteurs, met name de Amerikanen onder hen, vaak de neiging hebben de lezer te overstelpen met actie, die weliswaar spannend genoemd kan worden, maar waarbij de geloofwaardigheid te vaak in het geding is, gebeurt dat bij Helders niet. Helders is er een meester in zijn militaire ervaringen en de spanning op de juiste manier te combineren.

Ook is de toegenomen ervaring van Helders als auteur in Doodsengelen is zichtbaar. De verschillende verhaallijnen met de daarbijbehorende locaties worden op een subtiele en correcte wijze aan elkaar geknoopt. Dit alles zorgt ervoor dat het verhaal vanaf de eerste pagina interessant is en waarbij de puzzelstukjes, die onderweg als hondenbrokjes naar de lezer worden toegeworpen, het leesplezier bevorderen en tot het einde zullen vasthouden. Uiteindelijk zorgt het verrassende slot dan voor de spreekwoordelijke kers op de taart en kan een liefhebber van de actiethriller alleen maar tevreden terugkijken als de laaste pagina is omgeslagen.

Zoals gezegd is Doodsengelen het slotstuk van deze serie. Het is echter niet te hopen dat daarmee ook een einde komt aan de carrière van misschien wel de beste actiethrillerauteur in het Nederlands en Vlaams taalgebied. Dat zou echt doodzonde zijn!

Afsluiting van een meesterlijke serie? ****

Mads Peder Nordbo (1970) is geboren in Denemarken, maar heeft een deel van zijn leven doorgebracht op Groenland. Dat zijn liefde voor dit eiland groot is, bewijst hij door al zijn verhalen tot nu in dit relatief onbekende gebied te laten afspelen. Na Meisje zonder huid (2017) en Koude angst (2019) verscheen onlangs De vrouw met het dodenmasker, vertaald in het Nederlands door Renske Wiltink.

Stel je eens voor dat er een dode man wordt gevonden op de bodem van een put. En dat uit het politieonderzoek blijkt, dat de meest waarschijnlijke verdachte een vrouw is die al zes maanden is overleden. Het is dan zeker voorstelbaar dat er paniek uitbreekt in de kleine Groenlandse gemeenschap.
Zou het werkelijk zo zijn dat de moord is gepleegd door Qivittoq, een mytische figuur dat slechts uit is op wraak? Het onderzoek richt zich op Tupaarnaq. Zij is echter voor iedereen totaal onvindbaar. Journalist Mathew Cave voelt zich echter gedwongen haar te vinden. Maar hoe kan het da gebeuren dat hij volledig onder het bloed wakker wordt en zelf ineens verdachte blijkt te zijn…?

De vrouw met het dodenmasker is in de eerste plaats een typisch Skandinavische thriller, waarbij de nadruk ligt op de psychologische aspecten in het verhaal. Ook de zo kenmerkende personage-structuur uit het Hoge Noorden ontbreekt hierbij niet. Dat neemt niet weg dat Nordbo zich toch van veel andere auteurs weet te onderscheiden, door bijvoorbeeld zijn krachtige beschrijvingen van de verschillende settings, afgewisseld met sterke dialogen. Hierdoor waan je je echt ter plaatse. Daar waar vele van zijn collega’s nogal eens verzanden in oeverloze beschrijvingen en uitweidingen, lukt het Nordbo wel om to-the-point te blijven.

Wie De vrouw met het dodenmasker leest krijgt van Nordbo ook een gratis lesje Groenlandse politiek op de koop toe. Erg vaak wordt de politieke situatie benoemd en in het verhaal verpakt, bijvoorbeeld als het gaat om de Amerikaanse militaire bases op het eiland. Nergens is dit echter storend te noemen, eerder werkt het versterkend voor de geloofwaardigheid. Er wordt door de auteur ook nergens een persoonlijk oordeel geveld.

Met de verhaalopbouw is, zoals gezegd, helemaal niets mis. Maar eerlijkheidshalve moet wel worden opgemerkt dat Nordbo het zijn lezers niet eenvoudig maakt. Er worden zodanig veel personages opgevoerd dat het soms best lastig is om ze allemaal uit elkaar te houden. Dit is mede een gevolg van het feit dat Norbo voortborduurt op verhaallijnen uit Meisje zonder huid en Koude angst. Je kunt dan ook gerust stellen dat De vrouw met het dodenmasker niet als stand-alone te lezen is. Wie dat wel probeert, zal een groot deel van de essentie en daarmee van de schoonheid van dit laaste deel gaan missen, en dat zou toch echt doodzonde zijn, want…

de drie Groenlandse boeken van Mads Peder Nordbo behoren zonder twijfel tot de absolute top binnen het genre, maar wel alle drie tezamen!

Origineel en goed, maar te langzaam ***

Zoals bekend is Skandinavië al heel lang een kweekvijver van thriller- en misdaadromanschrijvers. Met name de vele series zijn populair. De Noor Jǿrn Lier Horst (1970) is vooral belend door zijn serie rondon inspecteur William Wisting. De Katharinacode is deel twaalf.

In De Katharinacode gaat William Wisting op bezoek bij Martin Haugen, de echtgenoot van Kaharina. Zij verdween ruim twintig jaar gelden spoorloos en de zaak werd nooit opgehelderd. Het voorval heeft Wisting echter nooit losgelaten en ieder jaar op de dag van de verdwijning treffen de inspecteur en de weduwnaar elkaar. Door dit herhaalde contact is er tussen beide heren een hechte vriendschap ontstaan. Maar dit jaar blijkt Haugen niet thuis te zijn en is spoorloos verdwenen. Wat is er aan de hand? En is er een verband met ‘de zaak Nadia’? Een compleet nieuw onderzoek gaat van start….

De Katharinacode is een schoolvoorbeeld van een Skandinavische thriller. Het verhaal is degelijk uitgewerkt, de personages zijn zonder uitzondering geloofwaardig te noemen en ook zullen de lezers die het verhaal tot het einde lezen best voldaan kunnen terugkijken op een prettige leeservaring. Zoals te doen gebruikelijk bij misdaadverhalen is ook hier niets aan te merken op de psychologische uitwerking. De onderhuidse spanningen zijn onmiddellijk voelbaar en deze blijven ook continu aanwezig. Dat werkt leesbevorderend en zal de aandacht ook niet doen verslappen.

Ook op de originaliteit valt niets aan te merken. Hoewel dit al een langlopende serie is, verdient Horst zeker credits vanwege zijn insteek met coldcases. De gecreeërde kansen om van de al bekende hoofdrolspelers, zoals William Wisting, ook nog onbekende eigenschappen te tonen worden door de auteur ten volle benut.

Zoals bij veel verhalen uit het Hoge Noorden moet ook de Katharinacode het niet hebben van de snelheid in het verhaal. Hoewel er, zoals gezegd, een continue spanning voelbaar is, zou het op veel plekken best iets sneller en vlotter geschreven kunnen worden. Met name de dialogen zijn te vaak echt te langdradig en van twijfelachtige noodzakelijkheid voor het begrip van het verhaal. Hierdoor bestaat het risico dat lezers niet alleen de draad kwijt kunnen raken, maar met name gaan afhaken door het ontbreken van extra smaakversterkers in het verhaal.

Dat neemt niet weg dat liefhebbers van deze thrillerserie ook nu zeker een goed verhaal voorgeschoteld krijgen, maar een echte hoogvlieger is De Katharinacode niet. Er ontbreken daartoe een paar essentiéle bouwstenen, die een goed verhaal tot een topper kunnen promoveren.

Een paar uurtjes leesplezier

Tekst: Karin Hazendonk

Auteur:

Lisa Jewell (Londen, 1968) schreef haar eerste roman, Ralph’s Party, n.a.v. een weddenschap. Het werd in 1998 uitgegeven door Penguin en was dat jaar het bestverkopende debuut. Sindsdien heeft ze 16 boeken geschreven. Enkele jaren geleden is ze van genre veranderd – van chicklit naar steeds donkerder romans naar psychologische thrillers.

Samenvatting:

Als Joey samen met haar man Alfie terugkeren naar Bristol logeren ze voorlopig bij haar broer Jack en zijn vrouw Rebecca.

Twee huizen verderop woont Tom Fitzwilliam met zijn vrouw en zoon. Tom is directeur van de plaatselijke school en door zijn knappe uiterlijk valt niet alleen Joey als een blok voor hem. Hij wordt ook door de meisjes op school aanbeden.

Tom is echter niet de man die hij lijkt te zijn en geheimen worden langzaam maar zeker ontrafelt.

Mijn leeservaring:

Het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven vertelt. Het leven van Joey en haar obsessieve verliefdheid op Tom komt nadrukkelijk aan bod. De scholieren Jenna en Bess, evenals de zoon van Tom, Freddie vertellen hun verhaal. Toch is het Tom Fitzwilliam die de hoofdrol voor zich opeist.

De schrijfstijl van Lisa is eenvoudig en dat maakt het boek prettig leesbaar. Korte hoofdstukken die uitnodigen om nog even verder te lezen. De talrijke personages maken het soms wat onoverzichtelijk, vooral omdat Lisa Jewell soms iets te uitgebreid over de levens van haar personages wil vertellen. Lang niet alles is ter zake doende en dat haalt voor mij de vaart uit het verhaal.

Zijdelings snijdt Jewell nog het onderwerp Asperger aan, waaraan Freddie, de zoon van Tom blijkt te lijden. Dat zou het soms wat vreemde gedrag van de jongen moeten verklaren, maar dat had voor mij geen toegevoegde waarde. Het was eerder een uit de lucht gegrepen aandoening, omdat de jongen zich in het verhaal doorgaans als een redelijk normale puber gedraagt. Een jongen met onzekerheden en zijn eigenaardigheden.

Het plot is goed opgebouwd en is Jewell in staat om de lezer een aantal keren op het verkeerde been te zetten. Het boek krijgt het stempel psychologische thriller, maar dat was het voor mij niet helemaal. Er zat niet overdreven veel spanning in en had niet vermogen om onder mijn huid te kruipen. Een spannende familieroman zou de lading beter dekken.

Anderzijds heb ik het verhaal met plezier gelezen. Het plot was toch net even anders dan ik verwachtte. 3,5 ster

Tijdloos en uniek

‘Requiem voor de misdaadroman’

Alleen al door deze gekozen ondertitel wordt duidelijk dat we hier niet te maken hebben met een dertien-in-een-dozijnverhaal. Dürrenmatt (1921-1990) heeft dan ook zeker niet de bedoeling om met De belofte (oorspronkelijk: Das Versprechen, 1958) een standaardthriller te schrijven.

Het boek begint met een aanklacht tegen het simplisme, waarmee thrillerschrijvers de lezer een beeld van de werkelijkheid voorschotelen. Om dit kracht bij te zetten vertelt een oud-commissaris van politie aan een schrijver het verhaal van commissaris Mätthai, die zijn erewoord geeft aan de ouders van een op een afschuwelijk vermoord meisje dat hij de dader zal vinden. Door zijn erewoord raakt Mätthai obsessief betrokken bij de zaak. Hierdoor gebruikt hij heel discutabele opsporingsmethoden met als gevolg een apotheose die de genoemde aanklacht inderdaad handen en voeten geeft.

Met De belofte is inderdaad een uniek product, 60 jaar na het verschijnen van het origineel, uitgebracht. Het is geen verhaal voor degene die zit te wachten op knallende kogels en vloeiend bloed. Maar dat wordt meer dan gecompenseerd door de sublieme manier, waarop de auteur de lezer laat nadenken over werkelijkheid en fictie. Dat doet hij op verschillende manieren. Soms heel duidelijk als de oud-commissaris zegt: ‘…om eerlijk te zijn, ik heb nooit veel opgehad met misdaadromans en het spijt me dat u zich daar ook mee bezighoudt. Tijdverspilling.’ Op andere momenten veel subtieler, zoals bij ontknoping. Helaas kan ik hierop, op deze plek, niet verder ingaan in verband met spoilergevaar. Het is de moeite waard om dit einde zelf te gaan beleven.

Door het absoluut unieke karakter en de sublieme invalshoeken van deze misdaadroman is dit een absolute aanrader voor iedere lezer, die zich interesseert voor rol van de misdaad(-roman) in het dagelijkse leven. Het is zeker geen eenvoudig boek. Het is een tijdloos verhaal om te lezen, te herlezen en om door te vertellen tot in lengte van jaren. Dürrenmatt verdient postuum grote bewondering voor deze nalatenschap.

Wie treft het noodlot het hardst? *****

Hoewel het een aantal jaren wat stil is geweest rondom auteur Marlen Visser (1968), heeft zij zeker niet stilgezeten. En het resultaat van deze periode verscheen onlangs bij uitgeverij Prometheus in de vorm van een nieuwe thriller met de titel Noodlot.

Centraal in Noodlot staat de vraag wat de gevolgen zijn als in een klein dorp met slechts een postcode de hoofdprijs van de Postcodeloterij valt? Wat gebeurt er met de winnaars en wat met de verliezers? Dat is een vraag die journaliste Evy Benders wil beantwoorden als in het slaperige dorpje Vierschoten op een dag de rode truck van de loterij binnenrijdt. Toevallig woont haar oom Victor in Vierschoten. Hoewel het contact de laatste jaren wat verwaterd is, biedt hij haar de mogelijkheid bij hem in te trekken om te kunnen werken aan haar artikel. Maar al snel blijkt dat niet iedere inwoner gediend is van haar ‘bemoeienissen’. Een gebeurtenis uit het verleden blijkt de gemoederen stilzwijgend bezig te houden. Welke Vierschotenaar heeft wat te verbergen en lukt het Evy om de zaak zonder al te veel schade aan te richten op te helderen?

Het is algemeen bekend dat Marlen Visser naast auteur ook schrijfcoach is. En in Noodlot is dat vanaf pagina 1 te merken aan de vlotte en meeslepende schrijfstijl. In helderen zinnen wordt de lezer het verhaal ingetrokken. De broeierige spanning in Vierschoten is letterlijk voelbaar. De beschrijvingen van de omgeving en de inwoners maken het mogelijk dat de lezer door de letters heenleest en het verhaal kan volgen alsof het film betreft.

De personages zijn zonder uitzondering relevant voor het verhaal. Ze vullen elkaar op een geweldige manier aan, juist omdat ze zo verschillend zijn. Marlen Visser zorgt er daadwerkelijk voor dat deze verschillende karakters samen de kracht van het verhaal versterken. Evy kan niet zonder haar oom, Manuel kan beslist niet gemist worden en ook Cécile speelt op haar manier een unieke rol. Bij elkaar niets dan lof hiervoor.

Hoewel Noodlot in zijn geheel een topthriller genoemd kan worden, is het hoogtepunt te vinden in de ontknoping. Door de steeds verder oplopende spanningen, meerdere unieke plotwendingen en de sublieme originaliteit ervan, is de conclusie gerechtvaardigd te spreken van een verhaal op wereldniveau. Geen enkele vraag blijft voor de lezer onbeantwoord. Alle eerder opgeworpen puzzelstukjes vallen een voor een op hun plek, waarbij op geen enkel moment ook maar een luchtje van ongeloofwaardigheid te bepeuren valt.

Noodlot is niet alleen spannend. Het herbergt ook een flink aantal thema’s, waarover je gedwongen wordt na te denken. Denk hierbij bjvoorbeeld aan beeldvorming over mensen en hoe snel je hierbij een oordeel klaar hebt. Dat maakt het plaatje compleet en rond en vormt de slagroom op de taart van deze topper.