Topproduct van eigen bodem *****

Wanneer je in de boekwinkel een boek ziet liggen dat Het bloemenmeisje heet, verwacht je geen spannend verhaal met allerlei plotwendingen, die je aan je luie stoel doen kluisteren. Toch is dat precies wat de derde thriller met deze titel van Anya Niewierra wel degelijk met je doet.

De kern van dit verhaal speelt zich af in 1988 als de Franse politie op een afgezonderd gebied hoog in de Franse Pyreneeën een tiener aantreft samen met het lijk van haar moeder. De tiener krijgt uiteindelijk de naam Nina Fleuri, het bloemenmeisje.  Nina ontwikkelt zich de daaropvolgende jaren meer dan voorbeeldig. Ze promoveert aan de universiteit van Parijs met de ontwikkeling van medicijnen op basis van kruiden.
In 2018 ontdekt Nina dat ze een tweelingzus heeft. Vanaf dat moment komt haar leven in een stroomversnelling. Samen met haar zus duikt ze in de bizarre geschiedenis van haar moeder. Maar dan verdwijnt haar zus en raakt de zoektocht naar het verleden in een stroomversnelling. Nina doet emotionele en gruwelijke ontdekkingen over de mensen die het leven van haar moeder verwoestten. Maar is ze ondertussen in staat haar zus levend te vinden…?

 Het bloemenmeisje is in de eerste plaats een topthriller van Nederlandse bodem. Het verhaal is spannend, zonder dat daar onnodig veel geweld aan te pas komt. De spanning weet Anya Niewierra vooral te bereiken door haar geweldige schrijfstijl. Deze is zo ongelooflijk beeldend dat de lezer in staat wordt gesteld achter de woorden te kijken. Het filmisch effect in dit verhaal is van extreem hoog niveau.

De personages zijn uitstekend uitgewerkt. De lezer krijgt exact die informatie, welke nodig is om het handelen te begrijpen en de betrokkenheid van de lezer te garanderen. Met name Nina verdient hier een speciale vermelding. Haar gevoelens, haar gedachten en haar handelen zijn zo volkomen logisch dat er begrip voor ontstaat, ondanks haar veelal dubieuze acties. Extra knap is dat andere personages, zoals bijvoorbeeld Gigi, dit effect op Nina lijken te versterken. Dat maakt van het lezen daadwerkelijk een belevenis. 

In de ontknoping vallen alle puzzelstukjes keurig op hun plaats. De uitwerking van alle verhaallijnen weet Anya Niewierra heel knap met elkaar te verbinden, zodat er een onverwacht, maar wel kloppend geheel ontstaat. Dat de lezer na het lezen van de bladzijde verbouwereerd achterblijft is de bevestiging van de kwaliteit van dit verhaal.

Gelukkig blijkt de laatste jaren steeds opnieuw dat Nederland een land van topauteurs in het thrillergenre is. Anya Niewierra maakt zeker deel uit van deze groep.. 

Voor wie is Blind Vertrouwen een springplank? ***

Het is zo langzamerhand een traditie dat uitgeverij LetterRijn jaarlijks een schrijfwedstrijd organiseert rondom een thema. In 2020 gaan alle verhalen op de een of andere manier over Blind Vertrouwen.  Uit maar liefst 189 inzendingen koos een jury de naar hun mening 25 beste. Deze top 25 werd vervolgens in november in een bundel uitgegeven en aangevuld met 5 verhalen door bekende LetterRijn-auteurs. Dit jaar ontvingen Rob Bakker, Margareth Hillebrandt, Karin Hazendonk, Melissa Skaye en Tamara Onos een uitnodiging hun verhaal te schrijven over blind vertrouwen.

Wie de bundel ter hand neemt, ziet direct een sprekende en toepasselijke cover. Het thema is duidelijk en het plaatje is aansprekend, ondanks de wat donkere kleursetting. De symbolische functie hiervan is een goede keuze.

Het is een mooie en logische gewoonte dat de bundel wordt geopend door het beste verhaal in de ogen van de juryleden. Door haar bijzondere perspectiefkeuze in haar verhaal over Boca trekt winnares Hedwig Meesters onmiddellijk de aandacht. Het zou niet mijn eerste keuze zijn geweest, maar haar verhaal is door de genoemde keuze in ieder geval origineel. Tegelijkertijd blinkt dit verhaal niet uit door de onverwachte plotwending, waar je als liefhebber toch op wacht.

Mijn favoriete van alle verhalen is Foute genen, geschreven door Margareth Hillebrandt. In haar verhaal komt naast de spanning vooral de emotie van de personages het best tot uitdrukking. Zij beschrijft op heel bijzondere wijze hoe de protagonist in het verhaal totaal onverwacht in een een onmogelijke situatie belandt en hoe zij dit beleeft.

Van de wedstrijddeelnemers verdient André van Butsel met Elf jaar, drie maanden, zes dagen, zeker een vermelding. Zijn bijzondere, ietwat statige, schrijfwijze heeft op een aparte manier tot gevolg dat de spanning voelbaar wordt. Deze spanning blijft vervolgens bestaan tot het einde aanwezig in dit technisch uitstekend geschreven verhaal.

Niet zo positief ben ik over Zand erover van Filip Van den Steen. Het verhaalidee is op zich best aardig, maar de uitwerking is volstrekt ongeloofwaardig. Misschien had dit idee niet moeten worden uitgewerkt in een kortverhaal.

 Het leuke aan een bundel met korte verhalen is dat je er op verschillende manieren mee kunt omgaan. Je kunt ze allemaal in een paar dagen achter elkaar lezen, maar het is minstens net zo leuk dagelijks een verhaal te fijnproeven, bijvoorbeeld voor het slapengaan. Ze hebben allemaal een mooie lengte om even in te verdwijnen. Ten slotte is het natuurlijk een sport op de stoel van de jury te gaan zitten en je persoonlijke favoriet te kiezen.

Het is een feit dat er ook dit jaar weer een boeiende aaneenschakeling van spanning door LetterRijn is uitgegeven. En het initiatief van deze uitgever verdient alle lof, omdat het een uitgelezen mogelijkheid biedt aan talentvolle schrijvers om zich in de kijker te schrijven. Een verhalenwedstrijd als deze laat echter ook zien dat een goed verhaal schrijven niet voor iedereen is weggelegd. En door de toevoeging van de bijdragen van de LetterRijn-auteurs tevens wordt duidelijk dat de factor ervaring niet onderschat moet worden.

(Met dank aan de uitgever voor het beschikbaar stellen van een recensie-exemplaar.)

Afwachten is geen optie *****

(tekst: K. Hazendonk)

Korte inhoud:
Het leven van Franka is totaal veranderd. Er zijn weken voorbijgegaan waarvan ze zich niets herinnert. Ze ontdekt dat haar moeder is overleden en haar man gedraagt zich ineens erg afstandelijk. Franka is niet meer de vrouw die ze was voordat ze een hersenbloeding kreeg.

Maar langzaam bekruipt haar het akelige gevoel dat niet alle verandering aan haar hersenletsel toe te schrijven zijn.

Mijn leeservaring:
Dat Loes den Hollander met recht de koningin van de thrillers genoemd wordt, blijkt weer uit Wacht maar af.
Dit is echter wel een boek dat ik met andere ogen heb gelezen, omdat toch in mijn hoofd bleef dat dit verhaal deels op waarheid berust.
De manier waarop Loes de gevoelens van Franka beschrijft, zijn de hare in de weken na haar hersenbloeding. De onzekerheid, het niet meer weten en voor waarheid moeten aannemen wat anderen je vertellen. Op ingenieuze wijze verweeft Loes haar eigen ervaring in een sterkte thriller.

De onderhuidse spanning blijft constant aanwezig wanneer Franka ervan overtuigd raakt dat de gebeurtenissen om haar heen zich niet in haar hoofd afspelen. Daardoor bleef ik aan het boek gekluisterd. Leugens, bedrog, hebberigheid, geld, alles komt aan bod zonder over de top te gaan. Vertrouwen in je eigen familie krijgt in dit verhaal een hele andere betekenis en tijdens het lezen bekroop me de vraag: hoe vaak zal het in werkelijkheid zo gaan?

Loes den Hollander schreef vijfentwintig thrillers en is jaren een bestsellerauteur. Van haar boeken zijn ruim 1 miljoen exemplaren verkocht. Loes schrijft al vanaf het moment dat ze kon lezen. Toch kwam het nooit in haar op om van schrijven haar beroep te maken, omdat ze zich helemaal richtte op haar carrière in de gezondheidszorg. Dat veranderde toen ze in 2001 een verhalenwedstrijd won. Vanaf dat moment ging er voor haar gevoel een luik in haar hoofd open waar een onstuitbare lading teksten achter zit die zich allemaal verdringen om te worden opgeschreven. Toen ze in 2006 haar carrière als directeur van een gezondheidszorginstelling beëindigde, vond ze vrijwel tegelijk een uitgever voor Vrijdag, haar eerste literaire thriller. Daarna volgde al snel het zinderende Zwanenzang en sindsdien in schrijven haar voornaamste bezigheid. Na Mij zie je niet (2018) verscheen in oktober 2019 haar vijfentwintigste thriller Toen ik dood was.

Met dank aan de Crime Compagnie voor het toezenden van het recensie-exemplaar.

Als je dit jaar nog 1 boek gaat lezen: neem deze! *****

De Eerste Wereldoorlog is een onderwerp waaraan in jeugdboeken tot voor kort weinig of geen aandacht werd besteed. Beau Charlotte durfde het in haar debuut Als ik er niet meer ben, uitgegeven bij Clavis uitgeverij, aan terug te gaan naar deze wrede periode, iets meer dan honderd jaar geleden. Een gedurfd project, omdat voor de huidige young adults deze tijd als erg ver weg zal voelen.

Als ik er niet meer ben brengt de lezer naar de Schotse Hooglanden. Daar maken we kennis met de vijtienjarige Douglas McMorrow, die daar in 1914 samenleeft met zijn aan drank verslaafde vader Angus. Zijn moeder leeft niet meer. Als Douglas zijn dorpsgenoot Lachlan Gray treft, besluiten ze beiden in het leger te gaan. Douglas ziet een kans het verleden achter zich te laten en iets betekenisvols te verrichten. Dat ze in een enorme nachtmerrie gaan belanden, is ze op dat moment nog niet duidelijk…

Beau Charlotte toont in dit debuut aan dat haar specialiteit (door haar studie aan Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht) scenarioschrijven is. De schrijfstijl is zo intens beeldend dat de lezer zich moeiteloos een eeuw terug in de tijd waant. Vanaf de eerste pagina start de auteur de film en je blijft als lezer geboeid, geïnteresseerd en betrokken tot het moment dat de achtbaan je verbluft en sprakeloos achterlaat na de laatste pagina. Er zijn niet veel auteurs die daartoe op zo’n hoogstaand niveau in staat zijn.

De genoemde filmische schrijfstijl is een van de redenen die Als ik er niet meer ben bij uitstek geschikt maakt voor de young adults onder ons. Maar zeker niet alleen voor hen, want ook de oudere lezer zal zonder twijfel smullen van dit boek. Het is niet alleen spannend, maar het maakt de geschiedenis over de Eerste Wereldoorlog voor iedereen op een toegankelijke manier inzichtelijk.Daarbij wel de opmerking dat sommige beschrijvingen van gebeurtenissen wat expliciet kunnen overkomen.

De thema’sin het verhaal als rouw, zelfvertrouwen en verslaving zijn schitterend subtiel verwerkt. Nergens heeft het echt de overhand, maar door het geheel ontstaat er een beeld dat uitermate interessant is voor discussie. Een aantal in de tekst verwerkte vragen, zoals Waar houden we ons aan vast? geeft al meer dan voldoende stof tot nadenken. En de wijsheden waar Beau Charlotte haar verhaal afsluit, bezorgen oprecht kippenvel.

Zonder te willen overdrijven: een formidabel boek!!

Verwachting niet geheel uitgekomen ***

Hoe vind je een moordenaar op een plek waar iedereen er een is?

Korte inhoud:

Cara Lockhart is net begonnen aan haar levenslange gevangenisstraf in New Fern, een gloednieuwe zwaarbewaakte gevangenis voor vrouwen. Veroordeeld voor een moord die ze zweert niet gepleegd te hebben.

Op een ochtend wordt ze wakker naast haar vermoorde celmaat, die in het hoofd is geschoten met een pistool dat nergens meer te bekennen valt. De deur is de hele nacht op slot geweest, en dus is Cara de enige verdachte.

Cara moet nu haar eigen naam zuiveren. Een vrijwel onmogelijke opdracht, zeker voor iemand die zich moet houden aan het tijdschema van een gevangenis Maar hoe meer Cara ontdekt, hoe meer ze ervan overtuigd is dat de moord iets te maken heeft met haar onterechte veroordeling.

Mijn leeservaring:

Dat Chris McGeorge weet hoe hij een uitstekende psychologische thriller neer moet zetten, heeft hij bewezen met Tik Tak en Kiekeboe. Ik was dan ook heel blij verrast toen ik de mail ontving van uitgeverij Luitingh Sijthoff met daarin de vraag of ik Op slot wilde lezen. Stuiterend tikte ik mijn antwoord: Ja!

Cara Lockhart wordt schuldig bevonden aan de moord op de twee kinderen waarop ze paste. Het vonnis: levenslang. Ze wordt overgeplaatst naar New Fern, een zwaar bewaakte gevangenis voor vrouwen.

Dat het daar niet helemaal klopt wordt al snel duidelijk. Iedereen is afgesloten van de buitenwereld, niet alleen de gedetineerden, maar schijnbaar ook de bewakers.

Het verhaal komt bijzonder langzaam op gang. Op het moment dat de celgenoot van Cara vermoord werd aangetroffen, was ik in de veronderstelling dat de spanning toe zou nemen. Niets was minder waar. Het verhaal bleef tergend langzaam voortkabbelen.

Er valt niets te zeggen over de schrijfstijl van Chris. Die is beeldend genoeg om je het leven in gevangenschap voor te stellen, maar komt in dit boek de spanning niet ten goede.

Pas in de laatste vijftig pagina’s wordt het plot langzaam maar zeker duidelijk en daarmee wordt ook enigszins de spanning verhoogd. Helaas werd het plot nogal afgeraffeld en is naar mijn mening nogal vergezocht. Ook de tijdlijn klopt niet, maar ik kan niet beoordelen of dit aan de vertaling ligt of dat dit een inhoudelijke fout is.

Ben ik teleurgesteld? Ja en nee. Ik hou van zijn manier van schrijven, maar helaas komt dat in dit boek niet tot zijn recht.

(tekst: K. Hazendonk)

De waarheid ligt in het midden *****

Twee vrienden.
Een bruid die sterft.
Twee versies.
Eén onbetrouwbare verteller.
Wie geloof jij?

Als lezer moet je het hiermee doen en daardoor werd ik meteen getriggerd.

Het boek dat Sandra J. Paul heeft geschreven is een omkeerboek. Twee verhalen, Elias en Nathan. Wil je ze allebei lezen, zal je het boek moeten omkeren en weer opnieuw beginnen. Wie van de twee vrienden spreekt de waarheid?

De cover is vrij donker, in verschillende tinten groen en geeft al een beeld van wat je kunt verwachten. Een bruid die valt. De cover vond ik al erg mooi, maar na het lezen vond ik het de perfect gekozen cover.

Met welk verhaal ga ik beginnen, was mijn eerste gedachte toen ik het boek in handen had. Ik heb bewust gekozen voor het verhaal van Elias, omdat hij degene was die met Nathalie trouwde. Ik ben blij dat ik dat heb gedaan. Sandra vertelt zijn verhaal zo logisch en geeft al een heel goed beeld van de personages.

De tijdsaanduiding is geweldig gedaan door bij de hoofdstukken die op Blue Mountain afspelen een foto te plaatsen van de berg.

Blue Mountain, de rode draad in het verhaal. Wat heeft zich daar afgespeeld?

Na het lezen van het verhaal van Elias had hij voldoende credit opgebouwd om mijn sympathie te winnen en met gemengde gevoelens begon ik aan het verhaal van Nathan. Daar werd ik enorm door verrast. Bijzonder knap dat zijn verhaal naadloos aansluit bij het verhaal van Elias. Alleen was het zijn, toch wel bijzondere versie en blijf je als lezer nog steeds in het ongewisse wie de waarheid spreekt.

De waarheid ligt letterlijk in het midden en wordt het verhaal van Nathalie, Elias en Nathan duidelijk.

Wat me niet vaak gebeurt, is dat de personages in mijn gedachten bleven, ook nadat ik het boek had dichtgeslagen en er een paar dagen overheen waren gegaan. Daarmee heeft Sandra bewezen dat ze een geweldig boek heeft geschreven.

(tekst: K. Hazendonk)

Geschiedenis verpakt in een spannend jeugdboek *****

(tekst: K. Hazendonk)

Korte inhoud:

Een oude schat en een razend spannende zoektocht op Bonaire!

Thoms vader is archeoloog en antropoloog. Hij weet alles van oude culturen en reist de hele wereld over. Als er voor de kust van Texel een oud WIC-schip wordt gevonden, is hij dan ook een van de duikers die naar het wrak afdaalt. Thom en zijn vriendinnetje Lin mogen allebei een oude fles uit het schip hebben. Tot hun grote verbazing zit er in een van de twee een schatkaart van Bonaire, die alles te maken lijkt te hebben met de Zilvervloot van Piet Hein!

Dat Fedor de Beer weet hoe hij een spannend jeugdboek moet schrijven, mag duidelijk zijn. Na de vondst van een schatkaart van Bonaire, gaan Thom en Lin met de hulp van Thoms vader op onderzoek uit.

Als Thoms vader voor een documentaire naar Bonaire moet, is het een grote verrassing dat Thom en Lin met hem mee mogen. Na alle voorbereidingen kan de zoektocht naar de schat echt beginnen.

Eenmaal op het eiland blijkt dat ze niet de enige zijn die van de schat hebben gehoord. Het is een drukte van belang op de plek waar ze, volgens de kaart, de schat konden vinden. Al snel komen Thom en Lin tot de conclusie dat de aangegeven plek niet klopt. Ze puzzelen verder.

Ze maken kennis met een aantal markante eilandbewoners, maar niet iedereen is te vertrouwen. Dan komt er hulp uit een onverwachte hoek. Zullen ze werkelijk de schat vinden of zijn ze te laat?

Een stukje geschiedenis verpakt in een spannend jeugdboek. Als een rode draad loopt de geschiedenis van Bonaire (toch een stukje Nederland, hoewel het ruim negen uur vliegen is) door het verhaal heen. Indrukwekkend is de beschrijving van de zoutvelden waarop de slaven moesten werken. Zonder dat je er erg in hebt, kom je heel wat te weten over het eiland. Fedor neemt de lezer mee naar de grotten waar vele rotstekeningen zijn te vinden. Hij neemt ons mee naar de mangrove en laat ons snorkelen. Alles is op dusdanige manier beschreven dat het lijkt alsof je er zelf bij bent.

Wil je na het lezen van het verhaal nog iets meer weten over Bonaire. Ook daar is aan gedacht. Op een prettig leesbare manier wordt in ongeveer twintig pagina’s de geschiedenis van Bonaire beschreven; de cultuur, de natuur en natuurlijk de rijke onderwaterwereld.

Een jeugdboek dat de volle 5* meer dan verdient.

Fedor de Beer is geboren in 1975, in het Brabantse dorp Sint Michielsgestel. Als kind las hij alles wat los en vast zat, van De Kameleon, Snuf en Arendsoog tot De Vijf, De gebroeders Leeuwenhart en Oorlogswinter. Het maakte eigenlijk niet uit wat, als er maar letters in stonden. Alhoewel, zodra hij in de bibliotheek kwam, verdwenen er standaard een paar historische boeken in zijn tas. Heerlijk vond hij het om meegevoerd te worden naar onbekende plaatsen in het verre verleden en op de eerste rij toe te kijken bij gevechten, ontdekkingen en spannende avonturen.

Na de middelbare school besloot hij meester te worden en toen hij eenmaal op de basisschool werkte, merkte hij al snel dat hij heel wat verhalen zo uit zijn mouw kon schudden. Veel kinderen waren gek op de verhalen die hij vertelde, vooral die tijdens geschiedenisles. Ooit, dacht hij toen, ooit ga ik ze opschrijven. En stiekem deed hij alvast wat voorwerk, in schriften, op kladpapier en op zijn eerste computer.

Naast het lesgeven in de bovenbouw studeerde hij filosofie en pedagogiek aan de universiteit in Nijmegen en merkte dat verhalen des te leuker zijn als ze je aan het denken zetten. Kan iets bijvoorbeeld slecht zijn als iedereen het doet? Na zijn studies schreef hij een saai, dik boek voor volwassenen over schoolartsen waardoor hij zich voortaan doctor mocht noemen. Maar wat heb je aan zo’n titel als maar weinig mensen je boeken lezen en dus besloot Fedor opnieuw les te gaan geven, maar nu aan studenten die graag leraar wilden worden. Als opvoedingsfilosoof probeert hij hen nu aan het denken te zetten over goed onderwijs en over wat nodig is om een echt goede leraar te kunnen zijn.

En toen begonnen de verhalen weer te kriebelen en besloot hij eindelijk er eens werk van te maken. Omdat schrijven een echte kunst is, volgde hij een cursus schrijven voor Kinderen in Amsterdam en begon te schrijven aan zijn eerste historisch verhaal, het verhaal van Het Kindertransport. Dat had een reden: ‘Ik kende het verschrikkelijke lot van Het Kindertransport, maar merkte dat heel veel mensen dit vreselijke stukje geschiedenis vergeten waren. Met mijn boek Het Kindertransport wil ik niet alleen die kinderen uit die trein herdenken wiens leven werd weggevaagd omdat ze toevallig Joods waren, ik wil vooral ook laten zien dat zij stuk voor stuk kinderen waren zoals jullie. Iemand heeft eens gezegd: er zijn geen zes miljoen Joden vermoord, maar er is zes miljoen keer één mens omgebracht. Een mens met dromen voor de toekomst, een toekomst die er niet mocht zijn. Niet voor hem. En dat zes miljoen keer! Wat met deze kinderen is gebeurd, mag nooit meer gebeuren en wie Het Kindertransport leest, begrijpt waarom.

Sinds enkele jaren woont Fedor met Petra in Malden, niet ver van een van de vele plekken waar de geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de Duitsers vochten tijdens Operatie Market Garden.

Uitgeverij Van Goor
256 pagina’s

Puur leesgenot *****

Hoewel wij niets tastbaars meer kunnen delen,
ben je toch zo heel dichtbij.
Jouw subtiel aanwezig zijn,
maakt een uitverkoren mens van mij.

Met deze opmerkelijke strofe uit een van haar eigen gedichten valt Hilda Spruit (1961) in haar nieuwe boek Verschijningen gelijk met de deur in huis. De aandacht in deze (prima als standalone te lezen) opvolger van haar succesvolle debuut Geestverwanten uit 2016 is gelijk getrokken. Het is een begin dat staat als een huis.

In Verschijningen volgen we opnieuw de paranormaal begaafde tiener Merthe. Een jaar na haar vorige avontuur voelt haar gave steeds meer als een vloek. Ze heeft er zodanig veel last van dat ze een ervaren medium opzoekt, in de hoop hulp te vinden. Juist tijdens dit bezoek ziet ze een foto van een vermist meisje. Het wordt haar duidelijk dat het hebben van en het omgaan met haar zesde zintuig geen keuze is. Samen met haar vriendinnen stapt zij in een gevaarlijk avontuur met het doel het meisje terug te vinden. Maar zal haar dat lukken? En welke belangrijke levensinzichten worden haar gaandeweg duidelijk?  

Dat Hilda Spruit een uiterst fijne manier van schrijven en vertellen heeft, wisten we eigenlijk al sinds Geestverwanten een aantal jaren geleden het levenslicht zag. En ook in Verschijningen is dit bepaald niet anders. Het toegankelijke taalgebruik in combinatie met een sublieme opbouw van de spanning in het verhaal staat garant voor een potentieel groot lezerspubliek. Want hoewel dit boek in de markt is gezet als een young adult, krijgt ook de wat oudere lezer een garantie van leesplezier voorgeschoteld.

Verschijningen is nadrukkelijk niet alleen een spannend verhaal. Er worden door Spruit heel subtiel, maar duidelijk aanwezig, een aantal thema’s opgediend, welke meer dan genoeg stof tot nadenken geven. Wat echt ontroerend is, is de manier waarop zichtbaar wordt waartoe jezelf ontdekken en openstaan voor anderen kan leiden. In de ontknoping wordt dit letterlijk pijnlijk voelbaar. De wijze waarop dit alles door de auteur is gedaan, zorgt ervoor dat het geheel naar een ongekend hoog niveau wordt getild.

De fysieke uitvoering van het boek verdient een speciale vermelding. Niet alleen de cover is heel bijzonder, maar ook de wijze waarop het is gebonden is echt mooi. Verschijningen is niet alleen een genot te lezen, maar zeker ook om naar te kijken en het vast te houden.

Zoals bekend won Hilda Spruit in 2016 de Jonge Jury Debuutprijs. Dat schept natuurlijk verwachtingen voor nieuwe boeken. Deze verwachtingen zijn meer dan waargemaakt en als deze auteur op deze wijze aan de weg blijft timmeren, zal het zeker niet bij deze ene prijs blijven. Verschijningen is een boek waar iedere auteur apetrots op zou moeten zijn.  

Topafsluiting van een boeiende reeks *****

De actiethriller is van oudsher bijzonder populair bij de liefhebbers van spannende verhalen. Toch is het aanbod van auteurs van Nederlandse of Vlaamse afkomst bijzonder gering. Een positieve uitzondering is Wouter Helders (1983). Onlangs verscheen Doodsengelen, het vierde deel in zijn Sofie Lafleur-reeks. Dit is tevens de afsluiting van de avonturen van deze journaliste. Eerder konden we haar volgen in Machtsstrijd (2016), Verrraad (2017) en Opgejaagd Wild uit 2018. Al deze boeken verschenen bij uitgeverij LetterRijn.

Doodsengelen begint met een mislukte poging van geheim agent Sam de Wild om zijn doelwit, een Koerdische politicus, om het leven te brengen tijdens een missie in Ebril in Irak. Als hij terug is in Nederland krijgt hij een herkansing. Al snel blijkt dat deze eliminatie een onderdeeltje is van een serieus internationaal complot. De inzet: een politieke omwenteling in Nederland en een machtsverschuiving in het Midden-Oosten. Als Sam ook nog eens wordt gedwongen iemand te verraden, zijn de consequenties verschrikkelijk en niet te overzien. Sam verbrandt al zijn schepen achter zich, maar is dat wel voldoende?

Het werk van Wouter Helders kenmerkt zich door zijn zichtbare kennis van de militaire wereld en bovenal door de geloofwaardigheid van de scènes. Daar waar andere auteurs, met name de Amerikanen onder hen, vaak de neiging hebben de lezer te overstelpen met actie, die weliswaar spannend genoemd kan worden, maar waarbij de geloofwaardigheid te vaak in het geding is, gebeurt dat bij Helders niet. Helders is er een meester in zijn militaire ervaringen en de spanning op de juiste manier te combineren.

Ook is de toegenomen ervaring van Helders als auteur in Doodsengelen is zichtbaar. De verschillende verhaallijnen met de daarbijbehorende locaties worden op een subtiele en correcte wijze aan elkaar geknoopt. Dit alles zorgt ervoor dat het verhaal vanaf de eerste pagina interessant is en waarbij de puzzelstukjes, die onderweg als hondenbrokjes naar de lezer worden toegeworpen, het leesplezier bevorderen en tot het einde zullen vasthouden. Uiteindelijk zorgt het verrassende slot dan voor de spreekwoordelijke kers op de taart en kan een liefhebber van de actiethriller alleen maar tevreden terugkijken als de laaste pagina is omgeslagen.

Zoals gezegd is Doodsengelen het slotstuk van deze serie. Het is echter niet te hopen dat daarmee ook een einde komt aan de carrière van misschien wel de beste actiethrillerauteur in het Nederlands en Vlaams taalgebied. Dat zou echt doodzonde zijn!

Verschijningen – Hilda Spruit

Hilda Spruit werd geboren in 1961 in het Zuid-Hollandse Bleiswijk als dochter van een middenstander. Het vertellen van verhalen zat er bij haar al heel vroeg in. Als kind was Hilda regelmatig in de weer met haar vaders typemachine. Toch duurde het tot 2004 voor de doorbraak als auteur een feit  werd.

Hoewel Hilda ook verhalen voor volwassenen schreef, zijn de eerste uitgaves van haar hand kinderboeken.

Het is dan al gelijk duidelijk dat Hilda een rijk talent heeft voor het schrijven van spannende boeken.

Bij het grote publiek wordt Hilda vooral bekend door de young adultverhaal Geestverwanten in 2015. In 2016 ontvangt zij, vooral tot haar eigen verrassing, voor dit boek de Jonge Jury Debuutprijs.

Geestverwanten is tot op de dag van vandaag immens populair bij een grote groep lezers tussen 15 en 85 jaar. Voor haar fans is het dan ook heel prettig dat er deze maand bij uitgeverij Clavis een vervolg op Geestverwanten verscheen, getiteld Verschijningen. Heel binnenkort volgt een recensie van Verschijningen, maar als opwarmertje nu alvast een korte samenvatting:

Merthe is paranormaal begaafd. Wanneer dat meer als een vloek begint te voelen dan als een zegen, zoekt ze een ervaren medium op. Maar juist daar ontdekt ze de foto van een vermist meisje. Dan beseft ze dat ze niet anders kan dan luisteren naar haar zesde zintuig. Geleid door de verschijningen die haar vanaf dan niet meer loslaten, stappen zij en haar hartsvriendinnen een gevaarlijk avontuur tegemoet. Zal het hen lukken om het meisje terug te vinden?

Psychologische symboliek ****

Welke invloed heeft het als je als kind tegen je zin op een vervallen boerderij in Twente moet opgroeien? Als je vader zijn droom een wijnchateau te stichten, een kansloze missie, wel heel rigoureus nastreeft. Het overkomt Emma en Hugo in de negende roman van Herman Stevens (1955), Chateau Désir.  Naast zijn veelgeprezen romans schreef hij tevens essays, kritieken en columns voor onder andere NRC Handelsblad, HP/De Tijd en Het Parool.

In hun volwassen leven kiezen Emma en Hugo dan ook voor een heel ander pad. Hugo gaat naar Leiden en wordt daar ‘ontvinder’ en zoekt zijn heil in de liefde. Zijn zus probeert daarentegen juist een eiland van rust te scheppen op een plek in de Randstad. Maar kan het wel zo zijn dat je in Nederland in staat bent op een eiland te gaan zitten en onzichtbaar te zijn?

Chateau Désir is in de eerste plaats een psychologische roman met de bedoeling te laten zien wat het najagen van een droom met een mens kan doen, zeker nadat blijkt dat deze droom feitelijk onhoudbaar blijkt. In beeldende zinnen weet Stevens deze thematiek krachtig neer te zetten. Dit wordt daarbij nog eens extra versterkt door de geraffinneerdheid waarmee de verschillende personages worden neergezet. Juist hun tegengestelde karaktereigenschappen maken het verhaal niet alleen plezierig om te lezen en tevens zorgt het voor een extra dimensie aan het relaas, doordat de symboliek zo mooi is ingevlochten.

Deze symboliek gaat ook op voor de titel. Natuurlijk verwijst Chateau Désir naar de fysieke plek in Twente waar de boerderij staat. Tevens staat het ook voor alles waarvoor Emma en Hugo in hun latere leven komen te staan.

Als er uiteindelijk niet een slopersbal op de boerderij was afgestuurd, was het huis vanzelf tegen de grond gegaan want de natuur had geen plaats voor vergissingen. Chateau Désir was nooit gebeurd.’

In een wereld als de onze, waarin materialisme een steeds belangrijker plaats innmeemt, is Chateau Désir te zien als een spreekwoordelijke spiegel. Het laat, soms pijnlijk deuidelijk, zien wat de keerzijde van dit gegeven is. En dit dan zowel in positieve al negatieve zin. Want laten we eerlijk zijn, kunnen we wel zonder al de luxe om ons heen, al zouden we willen? Stevens geeft het antwoord niet, maar laat de lezer geen andere keuze dan hierover diep te gaan nadenken.

Voor wie van plan is dit boek te gaan lezen, is het van belang er echt even de tijd voor te nemen. Chateau Désir is geen verhaal dat je even in een dag wegwerkt. Daarvoor is de materie domweg te complex, maar bovenal verdient deze schrijver ons aller respect voor de smakelijke maaltijd, welke hij opdient. Een maaltijd waar de echte fijnproever oprecht van zal genieten door de woorden goed te kauwen en deze langzaam te verteren.